Verhaal; Ik heb lang op je gewacht

Het blijft verrassend stil voor iemand die elke week uitziet naar het enige bezoek dat zij krijgt. Het zingen met de ukelele aan de deur geeft namelijk geen reactie.  Daarom word ik binnengelaten door de verzorgende. 

 

Ik sta met mijn roze-groene laarzen net voorbij het aanrechtje om de hoek en de deur slaat dicht. De vrouw blijft stil aan de tafel zitten. Bij elke in- en uitademing gaat haar kin een stukje omlaag en dan weer omhoog. Haar grijze dunne staart aait daarbij in hetzelfde ritme over haar nek. Op een klein bordje ligt vergeten hagelslag en een stukje plastic met ‘Peijnenburg’ erop. Ik laat mijn gedachten snel los over wat er met haar kan zijn en ga alleen maar mee ademen in haar tempo. 

 

Na een paar keer zuchten voel ik opgelucht een clowneske bries waaien en mijn fantasie krijgt ruimte.  Ik hoor haar stem en creëer de opdrachten die zij mij normaal geeft: “Jij mag hierheen, lekker verder slapen, braaf zo”, zeg ik tegen Pluto die ik op de gele sprei leg. Vervolgens maken de handdoeken een vlucht: “Ja dames jullie ook, één, twee hup!”. Voordat ik weet waar ze landen, zet ik ook de stoel in beweging. Het spelen met de elementen biedt mij veel mogelijkheden tot het prikkelen van haar zintuigen.  

 

Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat het levend schilderij verandert van vorm. Mevrouw Bach richt haar hoofd op en oriënteert zich met haar oren en toegeknepen ogen op het geluid. Ze ademt in en probeert de situatie te snappen voordat ze iets zegt. Haar blik gaat langzaam van mij naar de stoel, dan naar de knuffelhond en ze lijkt nog iets te zoeken. Ik sta erbij en non-verbaal moedig ik haar aan. Voor woorden is het namelijk te vroeg, voor ruimte en geduld is het precies de juiste tijd.  

 

Afwachtend en hoopvol sta ik te wiebelen bij dat bruine ding met vier poten. De ogen van mevrouw Bach gaan langzaam weer glimmen en ik zie dat ze zichzelf wat omhoogduwt en heen en weer schuift met haar zitvlak.  Als onze ogen elkaar vasthouden, neem ik haar met mijn mimiek mee naar het voorwerp waarbij ik nog geen opdracht heb. Het blijft stil tussen ons, maar juist in die stilte gebeurt er van alles.

   

Uiteindelijk klinkt er een lieve en nog schorre stem: “Ga maar koffie halen Laloo en kom dan bij me zitten”. Opgetogen, contact houdend en beleefd ja-knikkend, loop ik langzaam achteruit richting het aanrechtje. En voordat ik de deurklink gevonden heb, hoor ik: “Schiet maar op, ik heb lang op je zitten wachten”.  Ik ga op weg naar het enige apparaat waar gezelligheid uitkomt en ik ben wéér verrast door wat er net uit stilte is geboren. 

Gerelateerde berichten